Epilepsie

Epilepsie bij de hond


Epilepsie, simpel gezegd kortsluiting in de hersenen, komt net als bij mensen ook bij honden voor.


Hoe ziet epilepsie eruit?

De bekendste vorm van epilepsie is de vorm waarbij in rust plotseling bewustzijnsverlies optreedt, het hele lichaam verstijft en vervolgens schokkerige bewegingen/krampen vertoont, speekselvloed optreedt en de hond zijn of haar urine en soms ook ontlasting laat lopen. Een akelig gezicht voor u als eigenaar! Een dergelijke toeval wordt een gegeneraliseerde toeval genoemd.

Naast deze gegeneraliseerde vorm bestaat ook een vorm van epilepsie waarbij het bewustzijn niet verloren gaat, maar waarbij ‘slechts’ krampen/trillingen van een deel van het lichaam optreden, zoals bijvoorbeeld van de poot, oor, oog of lip. Dit wordt een focale (partiële of gedeeltelijke) toeval genoemd. Een focale toeval kan ook overgaan in een gegeneraliseerde toeval.

Als laatste verschijningsvorm bestaat de atypische focale toeval: atypisch, omdat het dier geen krampen en/of bewustzijnsverlies vertoont, maar alleen vreemd gedrag, zoals vliegen happen en staart achterna jagen. Het onderscheid met een gedragsprobleem is daarbij soms lastig te maken.

Gegeneraliseerde epilepsie kent drie fasen:

1Een voorbereidende fase (prodromale fase en aura) waarin de hond aanvoelt dat er wat vreemds te gebeuren staat en waarbij het gedrag op verschillende manieren kan gaan veranderen. De hond kan bijvoorbeeld rusteloos worden of erg aanhankelijk. Deze fase varieert enorm in lengte. Niet bij iedere hond is deze fase duidelijk zichtbaar.

2De eigenlijke epileptische aanval (ictus), waarin krampen worden gezien en bewustzijnsverlies kan optreden. Deze fase duurt meestal maximaal 1-2 minuten.

3De aanval wordt meestal gevolgd door een (post-ictale) fase waarin het dier moet bijkomen van de aanval, verward en sloom is, soms nog slecht ziet en hoort en vaak honger en dorst heeft. Deze fase kan tot enkele dagen na de aanval aanhouden.


Kan er ook sprake zijn van een andere aandoening?

Het is niet altijd meteen duidelijk of er sprake is van een epileptische aanval of dat er toch iets anders aan de hand is. Het maken van een filmpje (bijvoorbeeld met uw telefoon) is voor uw dierenarts ideaal om beter te kunnen bepalen of het om epilepsie gaat of niet.

De onderstaande aandoeningen kunnen lijken op een epileptische aanval:

Flauwte: dit ontstaat bij zuurstofgebrek in de hersenen als gevolg van een andere aandoening (bijvoorbeeld een hartprobleem) en treedt meestal op tijdens rennen/spelen. Slechts een heel enkele keer gaat een flauwte gepaard met krampen. Bij een flauwte kan het opvallen dat de tong door het zuurstofgebrek blauw is.

Pijn: bij sommige zeer pijnlijke aandoeningen (van het bewegingsapparaat), zoals bijvoorbeeld een verschuiving van een wervellichaam, kan een aanval van extreme pijn bij een hond lijken op een epileptische aanval.

Gedragsprobleem: als een hond vreemde bewegingen maakt of vreemd gedrag vertoont, zoals het in de lucht happen en staart jagen, kan er niet alleen sprake zijn van de eerder genoemde atypische focale epilepsie, maar kan het ook gaan om een gedragsprobleem.


Verschillende vormen en oorzaken van epilepsie

Epilepsie bij de hond kan worden opgedeeld in drie hoofdgroepen:

Primaire epilepsie

Bij de hond is dit de meest voorkomende vorm van epilepsie. Het treedt voor het eerst op bij honden van ˝ - 5 jaar leeftijd, waarbij bepaalde rassen vaker zijn aangedaan dan andere rassen. Bij primaire epilepsie zijn de toevallen altijd gegeneraliseerd (bewustzijnsverlies en hele lichaam vertoont stijfheid en krampen). Tussen de aanvallen door heeft de hond nergens last van. Lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek, CT- of MRI-scan en onderzoek van hersen/ruggenmergvocht tonen geen afwijkingen.

Secundaire epilepsie

Hierbij is sprake van afwijkingen in de hersenen. Deze afwijkingen kunnen aangeboren zijn, zoals een waterhoofd, maar kunnen ook verkregen zijn, zoals een tumor, ontsteking, bloeding, vergiftiging of trauma (een eerder in het leven opgetreden trauma zoals een aanrijding kan in een later stadium resulteren in littekenvorming in de hersenen).

Reactieve epilepsie

Bij deze vorm zorgen afwijkingen in het bloed voor de epilepsie. Voorbeelden hiervan zijn lever- en nieraandoeningen, een te laag suiker- of calciumgehalte, verstoorde zoutbalans, vergiftiging (slakkengif, lood) en hitteberoerte.


Klinisch en aanvullend onderzoek

Aangezien de therapie en de prognose enorm verschillen voor de drie vormen van epilepsie (primair/secundair/reactief) is het verstandig om naast het uitgebreide klinisch onderzoek ook aanvullend onderzoek te doen. Bloedonderzoek kan reactieve epilepsie bevestigen of uitsluiten. De enige manier om secundaire epilepsie aan te tonen of uit te sluiten is door middel van een CT- of MRI-scan van de hersenen, gevolgd door onderzoek van het hersen/ruggenmergvocht.

Uiteraard is het geheel aan u om te besluiten of u aanvullend onderzoek wilt laten uitvoeren en zo ja welke onderzoeken en op welk moment. Uw dierenarts zal dit rustig met u kunnen bespreken, inclusief kostenramingen.

Indien er geen afwijkingen naar voren komen uit bovengenoemde onderzoeken, de toevallen gegeneraliseerd zijn en uw hond tussen de ˝ en 5 jaar oud is, dan is de diagnose primaire epilepsie gesteld.


Kan het kwaad dat mijn hond af en toe een aanval heeft?

Tijdens een gegeneraliseerde aanval kan zuurstoftekort en suikertekort in het bloed ontstaan, de bloeddruk veranderen en oververhitting optreden. Het grote gevaar van een epileptische aanval is dat er irreversibele hersenschade optreedt als gevolg van een lang aanhoudende gegeneraliseerde aanval. Deze schade treedt al op bij een aanval van 20 minuten!

Naast deze schadelijke gevolgen van de aanvallen, kan ook de oorzaak van de epilepsie (proces in de hersenen of afwijkingen in het bloed als gevolg van een andere primaire aandoening) een reden zijn tot zorg.


Wat te doen tijdens en na een korte epileptische aanval?

Een hond die een epileptische aanval heeft ziet, ruikt en hoort minder goed, is gedesoriënteerd en kan korte tijd buiten bewustzijn zijn. U kunt uw hond dan ook het beste zoveel mogelijk met rust laten tijdens de verschillende fasen van de aanval. Wees niet bang dat uw hond zijn tong inslikt, dit gebeurt niet en ook komt het zelden voor dat een hond op zijn of haar tong bijt! Kom daarom niet in de buurt van de bek en voorkom op die manier dat u per ongeluk wordt gebeten. Zorg ervoor dat uw hond zich tijdens de aanval niet kan bezeren aan voorwerpen in de directe omgeving. Maak bij voorkeur een filmpje van de aanval en houd bij hoe lang de aanval duurt. De periode van krampen (en bewustzijnsverlies), de ictus, duurt meestal maximaal 1-2 minuten. Na de ictus kan de hond enkele uren tot zelfs dagen veranderd gedrag vertonen, hier kunt u helaas weinig aan doen. Het is het beste om de dagelijkse routine aan te houden die uw hond gewend is.


Wanneer is epilepsie een spoedgeval?

Blijft een aanval bij uw hond langer dan enkele minuten voortduren, dan bestaat het risico op een aanhoudende aanval waar de hond zelf niet meer uitkomt, een status epilepticus. Is dit het geval of volgen kortere aanvallen elkaar in snel tempo op (clustering, hetgeen een voorbode kan zijn van een status epilepticus), dan is er sprake van een SPOEDGEVAL en is direct ingrijpen noodzakelijk. Duurt de eigenlijke aanval langer dan 20 minuten dan treedt al irreversibele hersenschade op!

Is uw hond al bekend met epilepsie dan kan het zijn dat uw dierenarts u medicatie met diazepam (bekend van het humane Valium®) heeft meegegeven om in de anus in te brengen tijdens een langdurige aanval, teneinde de aanval te doen stoppen. Heeft u deze medicatie niet in huis, dan dient u zo snel mogelijk met uw hond naar een dierenarts te gaan. Het kan nodig zijn dat uw hond vervolgens een dag of enkele dagen bij de dierenarts in de opname wordt gehouden en dat (verschillende soorten) medicatie via een infuus worden ingegeven om de aanvallen te remmen.


Therapie & monitoring

Afgezien van de bovenbeschreven spoedtherapie in het geval van aanhoudende aanval(len), hangt de gekozen therapie af van het type epilepsie.

Ligt er een oorzaak ten grondslag aan de epilepsie, dan zal gekeken moeten worden of deze behandeld kan worden en of u dat als eigenaar ook wilt.

Atypische focale toevallen, tot uiting komend in vreemd gedrag (vliegen happen etc), reageren vaak slecht op anti-epilepsie middelen, maar een stuk beter op geneesmiddelen die worden ingezet bij psychische problemen.

Primaire epilepsie en overige vormen van epilepsie waarvan de oorzaak niet kan worden weggenomen, kunnen levenslang met anti-epilepsie pillen worden behandeld. Per dier zal een afweging moeten worden gemaakt of het verstandig is om al met medicatie te starten. Wanneer een hond met primaire epilepsie slechts één korte aanval per 3 maanden vertoont, nog nooit een langdurige aanval heeft gehad en snel weer hersteld is van een aanval, dan hoeft er bijvoorbeeld nog geen therapie te worden gestart. Het achterwege blijven van deze paar aanvallen weegt dan niet op tegen de bijwerkingen van de medicatie. Bij een hond met frequent optredende of gevaarlijk lang durende aanvallen is het wel verstandig om te starten met medicatie.

Medicatie tegen epilepsie werkt vaak niet meteen en bij bepaalde medicatie is het noodzakelijk om na enige tijd te controleren of de medicatie zich in de juiste hoeveelheid in de bloedcirculatie bevindt. De medicatie zorgt niet voor genezing, veel honden blijven toevallen houden, maar medicatie leidt wel tot afname van het aantal en de ernst van de aanvallen. Medicatie is levenslang nodig en de dosering moet regelmatig worden gecontroleerd en aangepast aan de hand van bloedonderzoek. Heeft het ingezette anti-epilepsie middel in de juiste dosering onvoldoende effect, dan kan een tweede middel worden toegevoegd of kan worden overgestapt naar een ander middel.

Uw dierenarts zal met u de bijwerkingen van de gekozen medicatie bespreken. Het veelgebruikte en effectieve middel fenobarbital heeft als bijwerkingen sloomheid en dronkenmansgang die beiden maximaal een week aanhouden en een meestal blijvende toename van de eetlust en het drinken en plassen.


Prognose

De prognose is geheel afhankelijk van het type / de oorzaak van de epilepsie, daarom is het ook fijn om precies te weten met welke vorm we te maken hebben. Voor sommige aandoeningen kan de prognose heel gereserveerd zijn. Voor primaire epilepsie (epilepsie zonder afwijkingen in het lichaam) geldt dat met de juiste levenslange therapie en monitoring de aanvallen niet volledig kunnen worden voorkomen, maar vaak wel drastisch kunnen worden gereduceerd.