Onzindelijkheid bij de kat

Onzindelijkheid bij de kat

Inleiding
Onzindelijkheid bij de kat komt relatief vaak voor. Helaas is het zelfs vaak een chronisch of telkens terugkerend probleem bij katten. Het is mede vanwege het chronische karakter van deze blaasproblemen van groot belang dat de diagnose scherp gesteld wordt en dat zo goed mogelijk wordt geprobeerd om de oorzaak van het blaasprobleem op te sporen.

Symptomen
De symptomen zijn soms overduidelijk, soms subtieler. Als een kat bijvoorbeeld een blaasontsteking heeft dan kunt u als eigenaar de volgende symptomen waarnemen: onrust, vaak naar de bak gaan, kleine plasjes doen, bloed bij de urine, buiten de kattenbak plassen, soms meer drinken. Meestal is de kat niet algemeen ziek (dus eetlust en activiteit zijn normaal, geen koorts). Soms zal de kat klaaglijk miauwen of zelfs blazen bij het urineren.
Soms kan je bovendien een harde, gespannen en soms duidelijk pijnlijke blaas in de buik voelen. Bij het onderzoek van de urine worden ontstekingskenmerken gevonden: bloed, ontstekingscellen, epitheelcellen, meestal een verhoogde PH en soms kristallen.

Het is van belang om onderscheid te maken tussen:

1. plaskater: een kater die niet kan plassen door een verstopping

2. kat met gedragsproblemen

3. kat met een blaasontsteking.

ad 1. Bij katers met bovengenoemde symptomen moet altijd gecontroleerd worden of er sprake is van een verstopping van de plasbuis. Een dergelijke verstopping is namelijk levensbedreigend en moet beschouwd worden als een spoedgeval. In dergelijke gevallen zal bij het klinisch onderzoek een grote, overvulde en gespannen blaas te voelen zijn. Bij poezen komt een verstopping van de plasbuis zelden voor, vanwege het feit dat poezen een veel wijdere plasbuis hebben dan katers. Een plaskater heeft eigenlijk altijd ook een blaasontsteking, maar het belangrijkste is dat de verstopping in de plasbuis wordt verholpen.
ad 2. Buiten de kattenbak plassen komt ook vaak voor wanneer er geen sprake is van blaasontsteking. Het is eigenlijk een gedragsprobleem, dat gerelateerd is aan een vorm van stress. In deze gevallen zien we echter niet de frequente kleine plasjes en ook geen bloed in de urine. Bij het urineonderzoek worden dan ook meestal geen afwijkingen in de urine gevonden. Het is dus altijd verstandig om urine te laten onderzoeken van een kat die in huis plast in plaats van op de kattenbak.

ad 3. Als de diagnose blaasontsteking na urineonderzoek met zekerheid gesteld is, dan is het van belang om de oorzaak vast te stellen. Alleen dan kan er gericht worden gekozen voor de meest geschikte behandeling.

Oorzaken voor blaasontsteking bij katten zijn:

a.BacteriŽle infectie
Gek genoeg komt dit niet zo heel vaak voor bij katten. Slechts 5-10% van de katten met symptomen van een blaasontsteking heeft een bacteriŽle infectie van de blaas. En als er al sprake is van een bacteriŽle infectie dan is deze nog meestal secundair aan bijvoorbeeld blaasgruis.
Alleen antibiotica geven heeft dus (zeker voor een chronische of recidiverende blaasontsteking) niet zoveel zin. Het geven van een kuurtje antibiotica is in veel gevallen wel een zinnige ondersteunende maatregel.

b.Blaasgruis
Blaasgruis is een zeer veel voorkomend probleem. De blaasgruiskristallen kunnen soms samenklonteren tot een blaassteen. Blaasgruis bestaat uit kristallen van mineraalzouten. Het gruis irriteert en beschadigt de blaaswand en veroorzaakt zo een blaasontsteking. De kristallen die het vaakst worden aangetroffen zijn magnesium-ammonium-fosfaat, ook wel struviet (in urine met hoge zuurgraad pH) genoemd. Daarna is calciumoxalaat het meest voorkomende kristal (in urine met lage zuurgraad pH. Bij ons in de praktijk is struviet nog steeds het meest voorkomende gruis bij katten. Secundair kan er, zoals reeds genoemd, een bacteriŽle infectie optreden.


Bij katers kan blaasgruis aanleiding zijn voor een verstopping van de plasbuis.


c.Idiopathische blaasontsteking

De Engelse term hiervoor is: idiopathic lower urinary tract disease. Idiopathisch betekent dat "de oorzaak onbekendĒ is. Dus vrij vertaald betekent dit : ziekte van de lagere urinewegen, waarvan de oorzaak niet bekend is.
Het is een veel voorkomende vorm van chronische blaasontsteking waarbij dus geen bacteriŽn, geen gruis, geen stenen, geen tumoren of andere afwijkingen aan de blaas worden gevonden. De diagnose kan dus eigenlijk alleen maar gesteld worden door middel van het afstrepen van andere oorzaken. Er zijn veel theorieŽn over de mogelijke oorzaken en veel wetenschappers denken dat stress toch een heel belangrijke rol speelt. Er zou dus een psychische oorzaak aan deze vorm van blaasontsteking ten grondslag liggen. Het lijkt erop dat de symptomen bij deze vorm van blaasontsteking spontaan kunnen verbeteren en verergeren, daardoor is het erg moeilijk om het effect van een ingestelde behandeling objectief te kunnen beoordelen!


d.Weinig voorkomende oorzaken:

Dit kunnen aangeboren afwijkingen van de blaas, tumoren of poliepen zijn.

Onderzoek van urine

Allereerst is een goed en uitgebreid urineonderzoek van belang. Er moet gekeken worden naar het voorkomen van bloed en eiwit in de urine, naar de PH van de urine en vooral ook naar het sediment. Het sediment is het bezinksel van de zwaardere bestanddelen van urine zoals rode bloedcellen, witte bloedcellen, epitheelcellen (=bekleding van blaas en plasbuis) en kristallen (struviet, calciumoxalaat).

Daarnaast kan het bij probleemgevallen zinvol zijn om een bacteriologische kweek te maken van de urine. Hiervoor moet de urine wel op steriele wijze worden verkregen. De meest ideale manier hiervoor is een blaaspunctie, maar urine die is afgenomen via een katheter is een redelijk alternatief.

Bij rŲntgenologisch of echografisch onderzoek van de blaas kunnen blaasstenen of andere afwijkingen van de blaas aan het licht brengen.

Behandelingsmogelijkheden

Indien de oorzaak voor de blaasontsteking duidelijk is, kan er gericht worden behandeld: meest voorkomend namelijk bij blaasgruis en na blaassteenoperatie is het geven van een dieetvoer en een antibioticumkuur in het geval van een (secundaire) bacteriŽle infectie.
een operatie in het geval van (operabele) tumoren of poliepen, blaasstenen of anatomische afwijkingen van de blaas.

In het geval van de zogenaamde idiopathische blaasontsteking wordt het wat minder eenvoudig om de juiste behandeling te kiezen. Vaak kunnen ontstekingsremmers & pijnstillers helpen de blaasontsteking minder onaangenaam voor het dier te maken en daardoor een veel sneller herstel induceren. Soms blijkt het zinvol om medicijnen te geven die de kramptoestand van de blaas kunnen opheffen; zelfs worden door sommige dierenartsen worden zogenaamde psychofarmaca voorgeschreven. Omdat deze medicijnen eigenlijk niet bedoeld zijn voor katten, is het vaststellen van een veilige dosering en het optreden van ongewenste bijwerkingen een probleem.

In onze praktijk kies ik bij chronische of recidiverende blaasproblemen die onder de idiopathische vorm blijken te vallen liever voor homeopathie. Dierenarts Lies Vedder behandelt dieren met homeopathie ( http://www.degroenebron.nl/ ) bij ons in de praktijk. Het samengestelde middel Blaastonicum van Mac Samuel kan uitkomst bieden, maar het kan ook nodig zijn om een individueel middel te zoeken, dat specifiek bij uw kat past. Om het best passende middel te vinden is het nodig dat u als eigenaar voldoende gegevens over de kat verzameld heeft: gedrag, karakter, symptomen, omstandigheden die symptomen doen verbeteren of verergeren, aanleiding voor stress etc. Goed waarnemen is dus belangrijk, ook na het geven van een gekozen middel. Naar aanleiding van uw waarnemingen kan de keuze van het middel of de potentie worden aangepast indien nodig.