Acupunctuur

Acupunctuur

De laatste jaren is er steeds meer belangstelling gekomen voor acupunctuur; ook voor dieren geldt dat.

Wat is acupunctuur eigenlijk?

Acupunctuur vindt zijn herkomst in China, al sinds ongeveer 2800 jaar vůůr Christus. Acus = naald, pungere = steken. Deze geneeswijze heeft een geheel eigen filosofie. Hierin zijn yin en yang twee manifestaties van de levensenergie Tchi.
Het yin-yang symbool: Yin is zwart en Yang is wit. Ze zijn elkaars tegenpolen, maar ze hebben elkaar ook nodig en vullen elkaar aan.

                                                                                          
 
De energiebanen, waarlangs de energie stroomt, worden meridianen genoemd. Hierop zijn de acupunctuurpunten gelegen. Gebruikmakend van de Chinese filosofie worden de acupunctuurpunten gekozen, waarin de naalden gestoken worden. Zeer belangrijk wordt geacht het zieke dier in zijn geheel te benaderen; zijn ziekte wordt beschouwd als een uitingsvorm van de algehele lichamelijke toestand. Het lichaam is energetisch uit evenwicht. Met acupunctuur kan men deze energetische balans weer herstellen.

Waarvoor is acupunctuur geschikt?

Het betreffen vaak chronische klachten van verschillende aard. Ze zijn langzamerhand ontstaan en verergeren.

  • Pijn = yin - "schreeuw om energie".
  • Bewegingsproblemen, zoals: chronische gewrichtsaandoeningen, b.v. HD verlammingen, b.v. teckelhernia spierproblemen.
  • Epilepsie.
  • Chronische organischeklachten,zoals darm-, ademhalings- en gynaecologische problemen.
  • Huidproblemen.
  • Analgesie
  • Het gevoelloos maken van een bepaald gebied voor het verrichten van een operatie.

De dieren krijgen vaak een algehele oppepper. Ze worden aktiever en vrolijker.

Hoe werkt acupunctuur?

Wij, in het westen, proberen een wetenschappelijke verklaring voor deze geneeswijze te vinden. Geheel opgehelderd is het nog niet. Er zijn ook meerdere veronderstellingen. Het is aangetoond dat je nŠ acupunctuur een verhoogd gehalte aan endorphinen in het bloed verkrijgt. Het zijn stoffen, die de werking van morfine nabootsen. Morfine is pijnstillend en bovendien geeft het een prettig gevoel. Ook heeft acupunctuur effect op de spierstofwisseling. Het kan een spier tot ontspanning brengen. Daardoor zal de doorbloeding verbeteren, en zo ook de voeding van dat gebied. Verkrampte spieren ontstaan bij b.v. chronische gewrichtsklachten. Zo kan acupunctuur de vicieuze cirkel van "alleen maar erger worden" doorbreken. Eerst laten stoppen en daarna proberen deze in opgaande lijn te brengen.

Hoe kunnen acupunctuurpunten gestimuleerd worden?

Dit kan op verschillende manieren gedaan worden:

  • door druk (acupressuur);
  • door naalden (acupunctuur);
  • door moxa (een kruid dat door verbranden verwarming van het punt geeft);
  • door laserstralen;
  • door acu-injectie (het inspuiten van NaC10, 9% of vit. B12 in het AP-punt);
  • door implantaten;
  • door elektrische stroomstootjes (elektro-acupunctuur).

In de diergeneeskunde wordt het meest gebruik gemaakt van naalden, acuinjectie en elektro-acupunctuur. De laseracupunctuur is in opgang. Het wordt niet gevoeld en de behandelingsduur is veel korter. Het haar bemoeilijkt het direkte kontakt met de huid en geeft daardoor een nadeel.

Hoe gaat een behandeling in zijn werk?

Het kost het dier en zijn baas wel wat inzet en geduid. Eerst worden de acupunctuurpunten opgezocht en de naalden erin gestoken. De punten kun je met behulp van een puntzoeker (= een elektrische weerstandsmeter) vinden doordat ze een lagere elektrische weerstand t.o.v. hun omgeving hebben. Bovendien liggen de meeste punten op zeer goed herkenbare plaatsen b.v. bij bepaalde botuiteinden of plooien. De meeste punten zijn niet pijnlijk. Dit is ook afhankelijk van de mate van ontspanning van het dier. Als alle naalden op hun plaats zitten, moet het dier 15 - 20 minuten blijven staan. De totale behandeling neemt dus zo'n 30 - 45 minuten in beslag. Af en toe worden de naalden gestimuleerd. Er wordt geprobeerd een Teh Chi op te wekken. Dit is een energiestroomstootje vanuit het acupunctuurpunt in het verloop van de meridiaan. De praktijk leert dat de dieren het gelaten ondergaan. Het aantal keren van behandelen is moeilijk te voorspellen. Het is o.a. afhankelijk van het stadium van het ziekteproces. Als er na drie keren behandelen (met één week tussenruimte) geen verbetering optreedt, kan men de behandeling beter staken. Soms gaat de verbetering zeer langzaam en is dan moeilijk vast te stellen. Daarom moet men de patiŽnt vaak een langere tijd de kans geven. Dit alles kan men ondersteunen met aanvullende therapieŽn, homeopathie en neuraaltherapie. Wat men nooit vergeten moet, is het zieke dier biochemisch te versterken. Dit kan men doen met orthomoleculaire voedingssupplementen, zoals vitaminen en mineralen. Het zal leiden tot een algehele toestandsverbetering van het dier, zodat hij ZELF de ziekte kan bestrijden met behulp van het verkregen energieherstel en de verhoogde weerstand.